Hoe een klein project groot werd

PRAKTIJKVERHAAL

Wij dachten dat er een generator nodig was. Het bleek een complete stroomvoorziening te zijn.

Wat SOSSAH onderweg leerde over verantwoordelijkheid, deskundigheid, lokaal eigenaarschap en volhouden

De belangrijkste les: een kleine stichting hoeft niet alles zelf te kunnen, maar moet wel eerlijk erkennen welke kennis en draagkracht ontbreken – en die organiseren voordat zij verantwoordelijkheid neemt.

Hoe pak je als kleine vrijwilligersorganisatie een technisch project aan dat steeds groter en ingewikkelder blijkt te worden? Bij SOSSAH leerden we dat goede bedoelingen, geld inzamelen en een nieuwe generator alleen niet voldoende zijn. Een ziekenhuis heeft pas werkelijk betrouwbare elektriciteit als de volledige installatie veilig functioneert, lokale technici worden opgeleid en ook het toekomstige onderhoud is geregeld.

Stichting SOSSAH ondersteunt St. Anthony’s Hospital in Dzodze, in de Volta-regio van Ghana. Het ziekenhuis verleent zorg in een groot en overwegend arm gebied. Ook patiënten uit nabijgelegen dorpen in Togo weten het ziekenhuis te vinden. Betrouwbare elektriciteit is er geen vanzelfsprekendheid, terwijl vrijwel alle ziekenhuiszorg ervan afhankelijk is: operaties, bevallingen, laboratoriumonderzoek, sterilisatie, zuurstofvoorziening, koeling van medicijnen en de verzorging van pasgeboren baby’s.

St. Anthony’s Hospital in Dzodze, Ghana (foto uit 2016). Betrouwbare elektriciteit is onmisbaar voor de dagelijkse patiëntenzorg.

Het probleem achter het probleem

Aanvankelijk leek de oplossing overzichtelijk: er moest iets gebeuren aan de onbetrouwbare noodstroomvoorziening. De bestaande generator was oud en kwetsbaar. Bij stroomuitval ontstonden gevaarlijke situaties en konden belangrijke onderdelen van de zorg stilvallen.

Maar toen technische deskundigen de situatie grondig onderzochten, bleek het probleem veel groter. Alleen een nieuwe generator plaatsen zou geen duurzame oplossing zijn. De elektrische infrastructuur van het ziekenhuis was verouderd en op verschillende plaatsen niet veilig of niet meer berekend op het huidige gebruik.

Wat begon als een vraag rond noodstroom, groeide uit tot een omvangrijk rehabilitatieproject. Niet alleen de generatoren, maar ook de hoog- en laagspanningsinstallaties, de omschakeling tussen netstroom en noodstroom, de verdeling naar kritieke ziekenhuisafdelingen en de voorbereiding op toekomstige zonne-energie moesten worden meegenomen.

Dat was even schrikken. Een klein goed doel beschikt niet zomaar over het geld, de technische kennis en de menskracht voor een project van deze omvang. Toch konden we het werkelijke probleem niet meer negeren. Als je eenmaal weet dat een gedeeltelijke oplossing onvoldoende of zelfs onveilig is, moet je daar ook naar handelen.

De oude generator maakte het probleem zichtbaar, maar technisch onderzoek liet zien dat de volledige elektriciteitsvoorziening moest worden aangepakt.

De noodzaak was duidelijk, maar de veilige weg ernaartoe nog niet

Al sinds 2011 wezen een voormalig orthopeed, die jarenlang bij het ziekenhuis betrokken was, en zijn technisch deskundige medewerker op de ernstige problemen met de elektriciteitsvoorziening. Zij benadrukten dat verbetering dringend noodzakelijk was. De orthopeed sprak daarbij regelmatig de hoop uit dat we uiteindelijk een veilige en verantwoorde manier zouden vinden om dit probleem werkelijk aan te pakken.

De urgentie was dus niet nieuw. Toch vond ik SOSSAH bij de start van het project nog te jong en te onervaren om hier als bestuur zomaar ‘ja’ tegen te zeggen. De verantwoordelijkheid was te groot. Alleen onze betrokkenheid bij het ziekenhuis, goede bedoelingen en de bereidheid om geld in te zamelen waren onvoldoende om een technisch complex en kostbaar project verantwoord te kunnen dragen.

We wilden de waarschuwingen echter ook niet naast ons neerleggen. Daarom besloten we niet overhaast te beginnen, maar eerst te onderzoeken hoe we als stichting de benodigde kennis en ervaring konden opbouwen.

SOSSAH nam deel aan een project van de I DO Foundation, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Een studententeam hielp ons met een onafhankelijke blik naar de organisatie, het stroomproject en de noodzakelijke vervolgstappen te kijken.

Daarnaast werd het projectteam versterkt met twee ervaren professionals: een tropenarts met veel kennis van gezondheidszorg en werken in Afrika, en een CEO met ruime bestuurlijke en organisatorische ervaring. Hun deskundigheid, kritische vragen en netwerk hielpen ons het project beter te doorgronden en de organisatie eromheen te versterken.

Voordat we verdere verplichtingen aangingen, hebben we risicoanalyses uitgevoerd en de lokale partner, de bestuurlijke verhoudingen en de uitvoeringspraktijk zorgvuldig onderzocht. Bij een project dat jarenlang kan duren en grote bedragen en technische verantwoordelijkheden omvat, is vertrouwen belangrijk, maar mag het nooit de plaats innemen van zorgvuldig onderzoek en heldere afspraken.

Ook onderzochten we vooraf of de benodigde financiering binnen Ghana kon worden gevonden, onder meer bij het bisdom, de overheid of andere mogelijke partijen. Voor zover wij konden vaststellen, was daar binnen de beschikbare mogelijkheden onvoldoende financiering voor deze omvangrijke vernieuwing beschikbaar. Zonder aanvullende steun van SOSSAH en externe partners zou realisatie van het project daarom niet in zicht zijn gekomen.

Dat doet niets af aan het lokale eigenaarschap. Het ziekenhuis en de Ghanese partners brengen hun kennis, medewerkers, coördinatie en verantwoordelijkheid voor uitvoering, beheer en onderhoud in. Lokaal eigenaarschap betekent echter niet automatisch dat de projecteigenaar ook de volledige investering kan financieren. Juist daarom moesten we zorgvuldig vaststellen of externe steun werkelijk noodzakelijk was en hoe verantwoordelijkheden en bijdragen eerlijk konden worden verdeeld.

Daarmee vonden we stap voor stap de veilige weg waarop jarenlang was gehoopt. Niet door onszelf groter of deskundiger voor te doen dan we waren, maar juist door onze beperkingen te erkennen en gericht versterking te zoeken.

Dat heeft ons een belangrijke les geleerd: een kleine stichting hoeft niet alles zelf in huis te hebben om een groot project mogelijk te maken. Maar zij moet wel eerlijk vaststellen welke kennis ontbreekt, de juiste mensen erbij betrekken en pas verantwoordelijkheid nemen wanneer er voldoende deskundigheid en draagkracht aanwezig zijn.

Niet zelf de deskundige willen zijn

Een van onze belangrijkste lessen was dat je als stichting niet alles zelf hoeft te kunnen – maar wel moet weten welke expertise ontbreekt.

SOSSAH heeft daarom samenwerking gezocht met ervaren technische partners uit Ghana en Europa. Samen met het ziekenhuis werd bekeken wat noodzakelijk was, welke werkzaamheden prioriteit hadden en hoe het project in uitvoerbare fasen kon worden verdeeld. Lokale technici zijn nadrukkelijk bij het project betrokken.

Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk vraagt het om vertrouwen, duidelijke afspraken en soms ook lastige gesprekken. Technische adviezen, de dagelijkse werkelijkheid van het ziekenhuis en de financiële mogelijkheden lopen niet altijd gelijk op. Bovendien vindt veel overleg op afstand plaats en werken de betrokkenen vanuit verschillende landen, organisaties en verantwoordelijkheden.

Onze rol als kleine stichting veranderde daardoor. We waren niet alleen meer fondsenwerver, maar ook verbinder: tussen het ziekenhuis, het bisdom, technische deskundigen, uitvoerders en financiers. Juist die verbindende rol bleek minstens zo belangrijk als het bijeenbrengen van geld.

Werkzaamheden aan de bekabeling op het ziekenhuisterrein: lokaal werk en technische samenwerking zijn onmisbaar voor een duurzame oplossing.

Lokaal eigenaarschap is meer dan instemming

Wij vinden het belangrijk dat St. Anthony’s Hospital geen passieve ontvanger van hulp is. Het ziekenhuis is eigenaar van de installatie en moet er na voltooiing zelfstandig mee verder kunnen.

Lokaal eigenaarschap betekent daarom meer dan toestemming geven voor een project. Het vraagt om actieve betrokkenheid bij de keuzes, de uitvoering en het toekomstige beheer. Wie is verantwoordelijk voor onderhoud? Welke technici worden opgeleid? Is er budget voor reparaties en vervanging? En wat gebeurt er wanneer een onderdeel over enkele jaren opnieuw problemen geeft?

Dit zijn niet altijd de aantrekkelijkste vragen in een fondsenwervingscampagne. Een nieuwe generator of een zichtbaar gebouw spreekt vaak meer tot de verbeelding dan een verdeelkast, een onderhoudsplan of technische training. Toch bepalen juist die minder zichtbare onderdelen of een project duurzaam wordt.

Ook leerden we dat lokaal eigenaarschap niet betekent dat je als Nederlandse stichting alles zonder vragen moet accepteren. Gelijkwaardig samenwerken houdt óók in dat je elkaar mag aanspreken op afspraken, verantwoordelijkheden en noodzakelijke voorbereidingen. Dat kan soms ongemakkelijk zijn, maar uiteindelijk bewijst niemand het ziekenhuis een dienst met onduidelijkheid of vrijblijvendheid.

Een groot project opdelen

De totale vernieuwing van de stroomvoorziening vraagt een bedrag dat voor een kleine stichting enorm is. We konden dit project daarom niet als één geheel financieren en uitvoeren.

Door het op te delen in opeenvolgende fasen werd het beter beheersbaar. Een nieuw generatorhuis en de plaatsing van generatoren vormden zichtbare stappen, maar daar hield het project niet op. Daarna volgden de hoogspanningsaansluiting en de vernieuwing van de laagspanningsinstallatie. Ook opleiding, veiligheid, monitoring en nazorg horen erbij.

Gefaseerd werken heeft voordelen. Je kunt per onderdeel financiering zoeken, tussentijds evalueren en nieuwe inzichten verwerken. Tegelijkertijd bestaat het risico dat de buitenwereld denkt dat het project al klaar is zodra een zichtbaar onderdeel is opgeleverd. Daarom moeten we steeds opnieuw uitleggen dat een generator nog geen veilige stroomvoorziening vormt.

Een groot bedrag verandert ook de fondsenwerving

Bij een project van deze omvang blijkt de reguliere fondsenwerving aanzienlijk ingewikkelder dan bij kleinere, overzichtelijke projecten. De bedragen zijn hoog en fondsen stellen – terecht – kritische vragen. Zij willen zekerheid over de financiële draagkracht van de organisatie, de uitvoerbaarheid van het volledige project, het lokale eigenaarschap en de verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen.

Daarbij merkten wij dat sommige fondsen een project het liefst van begin tot eind als één geheel beoordelen en financieren. Voor een kleine stichting is dat lastig. Juist door het grote totaalbedrag moet het project vaak in haalbare fasen worden uitgevoerd, terwijl een fonds soms zicht wil houden op het complete traject en de samenhang tussen alle onderdelen.

Ook financiële verslagen spelen bij de beoordeling een belangrijke rol. Bij een groot landelijk fonds ervoeren we bijvoorbeeld dat vooral naar onze financiële cijfers werd gekeken en veel minder naar wat SOSSAH in de voorafgaande jaren, samen met het ziekenhuis en andere partners, al aantoonbaar had gerealiseerd. Voor een jonge stichting kunnen bescheiden jaarcijfers de indruk wekken dat een groot project buiten haar draagkracht ligt. Die cijfers vertellen echter niet altijd het hele verhaal. Ze laten niet vanzelfsprekend zien welke projecten al van begin tot eind zijn uitgevoerd, hoeveel kennis en samenwerking inmiddels zijn opgebouwd en welke resultaten met relatief beperkte middelen zijn bereikt.

In eerdere jaren heeft SOSSAH voor circa € 150.000 aan projecten gerealiseerd. Die impact is vooral terug te vinden in oudere financiële jaarverslagen en blijft buiten beeld wanneer uitsluitend naar het meest recente saldo wordt gekeken. Ons huidige saldo is niet uitzonderlijk hoog. Dat hangt mede samen met onze overtuiging dat ontvangen middelen, zodra dat verantwoord en volgens de gemaakte afspraken mogelijk is, zo snel mogelijk moeten worden omgezet in concrete projectresultaten en niet onnodig op de bank moeten blijven staan. Als SOSSAH zelf over ruimere vrij besteedbare reserves zou beschikken, zouden wij vanzelfsprekend ook een lager bedrag aan externe financiers vragen.

De terughoudendheid van fondsen is begrijpelijk: zij dragen verantwoordelijkheid voor de besteding van hun middelen. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor een lastige cirkel. Een kleine organisatie krijgt moeilijk toegang tot grotere bijdragen omdat zij nog geen grote financiële omvang heeft, terwijl zij die omvang juist niet kan opbouwen zonder dat een fonds bereid is vertrouwen te geven.

Bij sommige financiers bleek het dankzij wederzijds vertrouwen en goodwill gelukkig mogelijk om het grote project in afzonderlijke, financierbare stappen op te delen. Daardoor konden we voortgang laten zien, per fase verantwoording afleggen en ondertussen verder werken aan de financiering van het volgende onderdeel.

We leerden ook dat goede aanvragen en financiële stukken alleen niet altijd voldoende zijn. Zichtbaarheid, netwerken en elkaar persoonlijk leren kennen blijken minstens zo belangrijk. Een fonds moet niet alleen het projectplan kunnen beoordelen, maar ook vertrouwen krijgen in de mensen, de partners en de organisatie achter dat plan. Voor kleine goede doelen betekent dit dat investeren in relaties geen bijzaak is. Het is een wezenlijk onderdeel van fondsenwerving – al vraagt juist dat opnieuw veel tijd van een klein vrijwilligersteam.

Van aanvraag tot verantwoordelijkheid

Fondsenwerving bleek dan ook veel meer dan een aanvraag schrijven. Het vraagt om begrotingen, technische onderbouwingen, samenwerkingsovereenkomsten, rapportages, foto’s, bewijsstukken en voortdurende afstemming. Daarbij heeft iedere financier eigen voorwaarden en termijnen. Voor een klein vrijwilligersteam betekent dat een forse belasting.

Dankzij bijdragen van verschillende donateurs, fondsen en partners konden belangrijke stappen worden gezet. Maar iedere toezegging bracht ook nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee. Geld ontvangen is niet het eindpunt; het is het begin van de verplichting om zorgvuldig uit te voeren, te verantwoorden en te blijven volgen wat het project werkelijk oplevert.

Bewust kiezen wat tijdelijk níét kan

Tijdens de looptijd van dit grote stroomproject schenkt SOSSAH bewust geen medische apparatuur aan het ziekenhuis. Door de onbetrouwbare elektriciteitsvoorziening is in het verleden veel apparatuur beschadigd of defect geraakt. Nieuwe apparatuur plaatsen voordat de onderliggende stroomvoorziening veilig en betrouwbaar is, zou daarom onverantwoord zijn en kan kostbare donaties opnieuw verloren laten gaan.

Dat betekent niet dat alle andere ondersteuning stilligt. Het outreachprogramma voor preventieve gezondheidszorg buiten het ziekenhuis ontvangt wel steun. Daarnaast kunnen activiteiten doorgaan waarvoor andere organisaties of fondsen specifiek middelen beschikbaar stellen. Zo bewaken we de samenhang: eerst de noodzakelijke basisinfrastructuur op orde brengen, terwijl verantwoorde hulp die daarvan niet afhankelijk is waar mogelijk doorgaat.

Ervaring delen levert ook elders resultaat op

De kennis die we tijdens dit project hebben opgebouwd, blijkt niet alleen voor SOSSAH waardevol. Een andere kleine stichting vroeg ons om mee te denken over een generator voor een project in Danku. We deelden onze ervaringen en brachten de stichting in contact met een deskundige Nederlandse leverancier. Dat advies hielp haar om verschillende mogelijkheden te beoordelen en uiteindelijk een weloverwogen keuze voor een passende generator te maken. Een duurzamere oplossing bleek binnen het beschikbare budget helaas niet haalbaar.

Vervolgens vond de stichting in Nederland een financier, waardoor het generatorproject daadwerkelijk van start kon gaan. Achteraf liet zij ons weten dat het delen van onze kennis, contacten en aandachtspunten haar echt had geholpen de juiste richting te vinden. Dat is precies waarom praktijkverhalen tussen kleine goede doelen waardevol zijn: niet iedere organisatie hoeft dezelfde zoektocht opnieuw alleen te doorlopen. Ook kennis, waarschuwingen en een betrouwbaar contact kunnen concrete impact hebben.

Waar staan we nu?

Inmiddels zijn wij dankzij een betrokken partner verzekerd van steun voor de laatste twee fasen van het project. De voorlaatste fase is financieel rond. Voor de allerlaatste fase moeten wij zelf echter nog een fors bedrag aan eigen bijdrage bijeenbrengen.

We hopen dat dit zo snel mogelijk lukt. Een project dat zo cruciaal is voor de continuïteit en veiligheid van de ziekenhuiszorg moet, ook wanneer het in verantwoorde fasen wordt uitgevoerd, binnen afzienbare tijd kunnen worden afgerond. Hoe langer het traject duurt, hoe langer het ziekenhuis en zijn medewerkers moeten omgaan met tijdelijke oplossingen, stroomuitval, onzekerheid en de praktische ongemakken van werkzaamheden die plaatsvinden terwijl de zorg iedere dag gewoon doorgaat.

Wij zijn het ziekenhuis als projecteigenaar, onze engineers en alle andere betrokkenen bijzonder dankbaar voor hun geduld, begrip en volharding gedurende de afgelopen jaren. Zij hebben niet alleen technische en financiële uitdagingen moeten opvangen, maar ook hun dagelijkse werk en de zorg voor patiënten onder moeilijke omstandigheden moeten voortzetten. Dat verdient grote waardering.

De resterende fondsenwerving gaat daarom niet alleen over het sluitend krijgen van een begroting. Zij bepaalt mede hoe snel de laatste fase kan worden uitgevoerd, hoe lang medewerkers en patiënten nog met de gevolgen van een onvoltooide stroomvoorziening te maken hebben en wanneer het ziekenhuis eindelijk kan beschikken over de veilige, betrouwbare infrastructuur waarvoor iedereen zich al jaren inzet.

Het nieuwe generatorhuis. De resterende fasen moeten uiteindelijk zorgen voor een veilige, betrouwbare en toekomstbestendige stroomvoorziening.

De kwetsbaarheid van een kleine organisatie

Dit project heeft ons ook met onze eigen grenzen geconfronteerd. Binnen een kleine stichting rust veel kennis en werk vaak op de schouders van enkele mensen. Zij onderhouden contacten, schrijven aanvragen, verzamelen documenten, voeren overleg en bewaken de voortgang.

Dat maakt een organisatie kwetsbaar. Wat gebeurt er als iemand tijdelijk uitvalt? Wie kent alle afspraken? Hoe voorkom je dat belangrijke kennis bij één persoon blijft? En hoe houd je vrijwilligers gemotiveerd wanneer een project jaren duurt en het grootste deel van het werk achter de schermen plaatsvindt?

Zo’n langdurig en omvangrijk project trekt niet alleen organisatorisch, maar ook persoonlijk een zware wissel op een kleine stichting. Wie sterk gevoelig is voor verantwoordelijkheid, draagt de zorgen vaak voortdurend met zich mee: lukt de volgende financieringsfase, blijven afspraken uitvoerbaar en kunnen we waarmaken wat we hebben toegezegd? Dat verantwoordelijkheidsgevoel weegt extra zwaar tegenover de lokale projecteigenaar, de technici en de medewerkers van het ziekenhuis, die op de voortgang rekenen en ondertussen dagelijks met de gevolgen van de onbetrouwbare stroomvoorziening leven en werken.

We hebben daar nog niet op alle punten een perfect antwoord op. Wel weten we inmiddels dat het verbreden van het team, het vastleggen van informatie en het verdelen van verantwoordelijkheden geen luxe zijn. Ze zijn noodzakelijk om als kleine organisatie een groot project verantwoord te kunnen dragen.

We benoemen dit niet om andere kleine stichtingen te ontmoedigen of om de indruk te wekken dat wij liever niet aan dit project waren begonnen. Integendeel: we zien wat een kleine organisatie met deskundige partners, vertrouwen en volharding kan betekenen. Het is een enorme opgave, maar ook een die wij gemotiveerd, trots en met grote dankbaarheid voor alle ontvangen steun kunnen en willen voltooien. Juist daarom vinden we dat een stichting vooraf niet alleen moet onderzoeken of een project technisch en financieel haalbaar is, maar ook eerlijk moet bespreken wat zij van haar bestuurders, teamleden en vrijwilligers vraagt en hoe die last samen kan worden gedragen.

Wat zouden wij andere kleine goede doelen meegeven?

Kleine stichtingen moeten zich goed beraden voordat zij aan een project van deze omvang beginnen. Onderzoek niet alleen de inhoudelijke noodzaak, maar ook de risico’s, de betrouwbaarheid en capaciteit van de lokale partner, de bestuurlijke verhoudingen, de eigen draagkracht en de verantwoordelijkheden die jarenlang kunnen doorlopen.

Kijk eerst goed naar het probleem achter de eerste hulpvraag. Laat je niet te snel verleiden door een oplossing die zichtbaar en aantrekkelijk is, maar mogelijk slechts een deel van het probleem oplost.

Zoek deskundigheid voordat je grote toezeggingen doet. Stel vragen, ook als de antwoorden het project ingewikkelder of duurder maken. Verdeel een groot project in logische fasen, maar blijf steeds het einddoel uitleggen.

Maak vanaf het begin afspraken over eigenaarschap, onderhoud, opleiding en financiering na de oplevering. Wees eerlijk over de capaciteit van je eigen organisatie en onderschat de hoeveelheid administratie, communicatie en verantwoording niet.

En misschien wel het belangrijkste: durf onderweg je plannen aan te passen. Dat is geen teken dat het oorspronkelijke idee mislukt is. Het kan juist betekenen dat je beter bent gaan begrijpen wat werkelijk nodig is.

Wij dachten aanvankelijk dat er een generator nodig was. Inmiddels weten we dat een ziekenhuis pas geholpen is met een veilige, betrouwbare en toekomstbestendige stroomvoorziening. De weg daarnaartoe is langer en ingewikkelder geworden dan we ooit hadden voorzien.

Maar als straks tijdens een stroomstoring een operatie kan doorgaan, apparatuur blijft functioneren en pasgeboren baby’s veilig kunnen worden verzorgd, weten we waarvoor we het doen.

Stichting SOSSAH

Stichting Onderlinge Samenwerking St. Anthony’s Hospital | http://www.sossah.nl

HET VERHAAL IN HET KORT

Een generator bleek niet genoeg

De belangrijkste lessen van SOSSAH voor andere kleine goede doelen

Stichting SOSSAH ondersteunt St. Anthony’s Hospital in Dzodze, Ghana. Al sinds 2011 waarschuwden een voormalig orthopeed en zijn technisch deskundige medewerker dat de elektriciteitsvoorziening van het ziekenhuis dringend moest worden verbeterd. Wat aanvankelijk een probleem met een oude generator leek, bleek na technisch onderzoek een veel grotere opgave: ook de hoog- en laagspanningsinstallaties, de omschakeling naar noodstroom, de verdeling naar kritieke afdelingen en de voorbereiding op toekomstige zonne-energie moesten worden aangepakt.

Bij de start vond ik SOSSAH nog te jong en te onervaren om als bestuur zomaar ‘ja’ te zeggen tegen zo’n groot, kostbaar en technisch complex project. We negeerden de noodzaak niet, maar kozen ervoor eerst onze eigen organisatie te versterken. Via een project van de I DO Foundation, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, keek een studententeam onafhankelijk met ons mee. Ook sloten een ervaren tropenarts en een CEO met bestuurlijke en organisatorische ervaring zich bij het projectteam aan. We voerden risicoanalyses uit en onderzochten de lokale partner, de bestuurlijke verhoudingen en de uitvoering zorgvuldig. Ook onderzochten we financiering via het bisdom, de overheid en andere Ghanese bronnen; binnen de beschikbare mogelijkheden bleek externe steun noodzakelijk.

Daarmee leerden we een belangrijke les: een kleine stichting hoeft niet alles zelf te kunnen, maar moet wel eerlijk erkennen welke kennis en draagkracht ontbreken. SOSSAH werd steeds meer de verbinder tussen het ziekenhuis, het bisdom, lokale en Europese technici, uitvoerders en financiers. Het ziekenhuis bleef daarbij eigenaar van de installatie en medeverantwoordelijk voor keuzes, opleiding, onderhoud en toekomstig beheer.

Ook de fondsenwerving bleek bij een project van deze omvang wezenlijk anders. Fondsen stellen terecht kritische vragen en kijken sterk naar financiële draagkracht. In eerdere jaren realiseerde SOSSAH voor circa € 150.000 aan projecten, maar die impact is vooral zichtbaar in oudere jaarverslagen. Ons huidige saldo is niet uitzonderlijk hoog, mede omdat wij middelen verantwoord en zo snel mogelijk in concrete projectresultaten willen omzetten; met ruimere vrij besteedbare reserves zouden wij vanzelfsprekend minder externe financiering vragen. Sommige fondsen willen bovendien zicht en eigenaarschap over het volledige project, terwijl een kleine stichting een groot bedrag juist in haalbare fasen moet kunnen opdelen.

Dankzij persoonlijk contact, zichtbaarheid, wederzijds vertrouwen en goodwill bleek fasering bij verschillende financiers wel mogelijk. We ontdekten dat goede plannen en financiële stukken noodzakelijk zijn, maar dat netwerken en elkaar persoonlijk leren kennen eveneens een wezenlijk onderdeel van fondsenwerving vormen.

Onze opgedane kennis helpt inmiddels ook anderen. Een kleine stichting die een generator voor een project in Danku zocht, kon dankzij onze ervaringen en een doorverwijzing naar technische deskundigheid een weloverwogen keuze maken en vond daarna financiering. Tegelijkertijd begrenst SOSSAH de eigen hulp bewust: zolang de stroomvoorziening niet betrouwbaar is, schenken we geen medische apparatuur die opnieuw beschadigd kan raken. Het outreachprogramma voor preventieve zorg buiten het ziekenhuis en activiteiten met specifiek door anderen beschikbaar gestelde middelen kunnen wel doorgaan.

Inmiddels zijn wij dankzij een betrokken partner verzekerd van steun voor de laatste twee fasen. De voorlaatste fase is financieel rond; voor de allerlaatste fase moet SOSSAH nog een fors bedrag aan eigen bijdrage werven. We hopen dat dit snel lukt, zodat dit cruciale project binnen afzienbare tijd kan worden afgerond. Wij zijn het ziekenhuis als projecteigenaar, onze engineers en alle medewerkers bijzonder dankbaar voor hun geduld en begrip. Zij hebben jarenlang gewerkt en zorg verleend te midden van werkzaamheden, stroomuitval, financiële beperkingen en veel praktisch ongemak.

Een project dat jarenlang voortduurt, trekt organisatorisch én persoonlijk een zware wissel op een kleine stichting. Wie zich sterk verantwoordelijk voelt, draagt de zorgen gemakkelijk voortdurend mee, zeker tegenover de lokale projecteigenaar en de mensen die op de voortgang rekenen. We zeggen dit niet om te ontmoedigen: het is een enorme opgave, maar ook een die wij gemotiveerd, trots en dankzij alle steun kunnen en willen voltooien. Wel moet een kleine stichting vooraf eerlijk bespreken wat zij hiermee van haar bestuurders, teamleden en vrijwilligers vraagt en hoe die verantwoordelijkheid samen kan worden gedragen.

Onze belangrijkste boodschap aan andere kleine goede doelen: beraad je goed voordat je aan zoiets groots begint. Onderzoek het probleem, de risico’s en de lokale partner; zoek deskundigheid voordat je toezeggingen doet en wees eerlijk over de grenzen van je eigen organisatie. Maak vanaf het begin afspraken over lokaal eigenaarschap, opleiding, onderhoud en financiering na oplevering. Deel een groot project op in verantwoorde fasen en blijf ondertussen het volledige einddoel uitleggen.

Wij dachten dat er een generator nodig was. Inmiddels weten we dat een ziekenhuis pas echt geholpen is met een veilige, betrouwbare en toekomstbestendige stroomvoorziening. De weg daarnaartoe is langer en ingewikkelder dan voorzien – maar juist daardoor is de uiteindelijke oplossing sterker en duurzamer.